DUIZENDPOOT ARJAN SIKKING VINDT NA BEWOGEN LEVEN RUST IN SENSUELE DANS

Bron: de Telegraaf, Zaterdag, 20 maart 2004, geschreven door Cees Koring. Fotografie: Diamon Xanthopoulos.


De zoon van een melkboer uit de Amsterdamse pijp oogst op het hoogste niveau applaus als tangodanser .Zelfs in Argentinië, de bakermat van de meest sensuel dans, gaan de handen op elkaar voor Arjan Sikking (58) en zijn partner Marianne van Berlo, beiden waren docent aan de Academia de Tango in Amsterdam.

Voordat hij de tango ontdekte was Sikking rusteloos en voortdurend op zoek naar uitdagingen. Hij was chemisch onderzoeker, vakbondsman, fotograaf, wereldreiziger, bouwvakker en gouddelver in Australische mijnen. 

Een reportage over de turbulente carrière van een duizendpoot. 

Nederlanders kunnen niet dansen. Ze kunnen ook geen plezier maken. Dat werd pijnlijk duidelijk toen Marianne en ik in 1989 in Moskou en Sint Petersburg waren en oud en nieuw vierden met Russen en Fransen. Alleen de Nederlanders dansten niet. Toen we terug waren besloten we dansles te nemen. Ik was trouwens toe aan ontspanning. Ik deed teveel dingen tegelijk, sliep weinig en had last van hoofdpijn. We meldden ons aan bij Wim van Beek in Amsterdam voor lessen in ballroomdansen. Ongeveer in diezelfde tijd zagen we een tv-opname van het orkest van Osvaldo Pugliese dat in theater Carré Argentijnse tangomuziek speelde. Daarbij werd ook de tango gedanst. Marianne en ik werden daardoor in een klap gegrepen. Ik kende de tango van de Nederlandse accordeonist Malando. Mijn ouders luisterden vroeger altijd als Malando op de radio was en ik vond het ook wel wat hebben. Maar toen we Pugliese hoorden waren we verkocht, het was liefde op het eerste gezicht. We namen les en we zijn niet meer opgehouden. Arjan Sikking, afgetraind lijf, grijzend halflang haar, Clark Gable-snorretje, praat over zijn passie in zijn woning in Zaandam, die de sfeer ademt van een dansstudio. In de gang staat een rijtje hooggehakte, veelkleurige damesschoenen. De woonkamer wordt gedomineerd door een enorme spiegel. Aan de wanden hangen talloze foto,s en schilderijen van dansparen. Op de vloer liggen stapels videobanden en cd,s met tangomuziek. Arjan en Marianne trainen dagelijks uren om de hun houding en passen te trainen en vervolmaken. En dat werpt vruchten af. “We reizen elk jaar naar Buenos Aires. Daar worden we regelmatig gevraagd om op te treden in salons. Dat voelen we als een hele eer.”

MELKBOER

Met de ontdekking van de Argentijnse danscultuur verzeilde Arjan Sikking in een wereld die schril afsteekt bij zijn jongenstijd in de Amsterdamse Pijp. Hij vertelt: ,,Mijn vader was melkboer. We hadden geen winkel, nee. Vader haalde de melk op de Lijnbaansgracht, waar nou theater De Melkweg is, en ging met een bakfiets zijn wijk in. Op zaterdagmiddag werd van mij en mijn twee broers verwacht dat we hielpen. zo ging dat in die tijd. Om wat bij te verdienen brachten mijn ouders in het weekeinde in Landsmeer ook nog tijdschriften rond. Ik woonde in een communistisch en pacifistisch nest. Mijn vader stapte uit de partij toen de Russen in 1956 Hongarije binnenvielen. Van die tijd is me bijgebleven dat er mannen met lange leren jassen in ons huis waren die ernstig overlegden. Het eenvoudige milieu van de Amsterdamse Pijp in de jaren ‘50 bood Arjan Sikking echter voldoende kansen, die hij volledig benutte.  ”Ik volgde Montessori-onderwijs op mulo-niveau, zat op atletiek en basketbal, ik schaakte, nam deel aan discussieclubs, volgde lessen in muziek en fotografie en speelde viool. Ja, ik zat in die tijd ook al op dansen. Net als veel jongeren slaagde ik voor de ‘medailletest. Ik haalde zelfs goud met ster. De tango zat ook in dat pakketje, maar die dans van toen had niets te maken met hetgeen we nu bezig zijn. Ik had in die tijd al sterk de neiging om onbekende, geheimzinnige dingen te onderzoeken. Archeologie, morseseinen, hiëroglyfen. Ik houd niet van oppervlakkigheid, was altijd op zoek naar uitdagingen. Die uitdagingen heb ik nodig, daar leef ik voor. Als ik door iets word gepakt bijt ik me erin vast. Maar ik heb in mijn leven nooit iets uitgestippeld, of plannen gemaakt. Ik leefde hoe de wind waaide. Ik nam het zoals het kwam.”

KARAKTER

Sikking verloochende zijn karakter niet. Hij volgde een opleiding ‘chemisch onderzoeker’ op het Shell-laboratorium in Amsterdam-Noord' vervulde tussentijds' vrijwillig, zijn diensttijd in Suriname, keerde terug naar Shell maar gaf zijn baan op om met de Trans-Siberië Expres naar Japan te gaan. De Amsterdammer wilde een meisje bezoeken met wie hij correspondentie was aangegaan. Maar de wind woei toch uit een andere richting. Sikking: “Ik trok in Suriname veel op met een dienstmaat, Guido van de Kreeke. We waren allebei, om het maar zo te zeggen, avontuurlijk ingesteld. Guido gaf zijn baan als onderwijzer op om de wereld rond te trekken en hij zocht een reisgezel. Toen heb ik ja gezegd.” Sikking en Van de Kreeke vertrokken in 1969, in gezeIschap van een aap en in een lelijke eend voor een reis die jaren zou duren.  Arjan:”We reisden tien maanden samen door Europa, Azië naar AustraIië. We namen de moeiIijkste en ook gevaarIijkste route door Afghanistan en voeren in een bootje over de Mekongrivier langs de grens met Vietnam, terwijI de oorlog daar nog in volle gang was. De bommenwerpers vlogen boven ons. VoIgens afspraak scheidden in Australië onze wegen.  Om verder te reizen had ik geld nodig en pakte daarvoor alles aan. Ik was monteur in een garage, hulp van timmerlui, werkte als betonvlechter en was hulpelektricien in koper- en goudmijnen. De ene keer werd je in een ton aan een kabel een paar honderd meter naar beneden gelaten en de andere keer zoefde je in een lift naar een dikke kilometer diepte om proefboringen te doen. In van die hele smalle tunnels met ladders en alleen een lampje op je helm. Dat was soms echt eng. Als je er nu aan denkt word je er claustrofobisch van.”  Het scheelde niet veel of Sikkings zucht naar het onbekende bracht hem als weerwaarnemer naar Antarctica. “Ik vrat op de mulo de verhalen van ontdekkingsreizigers en ik zag me zelf al op de zuidpool. Maar ik had pech. Toen puntje bij paaltje kwam bleek dat ik Brits onderdaan moest zijn.” Antarctica ging zo aan de neus van de Amsterdammer voorbij maar de wind bracht hem naar ándere verre oorden. Hij zwierf tweeëneenhalf jaar door Australië' stak over naar Zuid-Amerika, bevoer de Amazone, stond oog in oog met de reuzenschildpadden op de Galapagos Eilanden en keerde na vier jaar terug naar Amsterdam. “Het is nooit bij me opgekomen dat reizen ook mijn leven zou worden,” zegt Arjan Sikking. “Ik ging weer op zoek naar andere dingen. Ik stortte me in mijn vrije tijd op de fotografie en ging, om de banale reden dat ik geld nodig had, weer terug naar Shell. Eerst kwam ik in Engeland terecht en later stond ik op mijn ouwe stek: het lab in Amsterdam-Noord. Daar werd ik actief in het vakbondswerk. Misschien kwam dat wel omdat ik de enige was van de 2000 werknemers die zijn mond open trok over rookvrije plek.”

PLUMPUDDING

“Het vakbondswerk van toen was trouwens duwen tegen een plumpudding: Alles kwam toch weer in de oude door vorm terug. En je werkte in een glazen huis. Je was bezig met dingen die bij de directie erg moeilijk lagen. Apartheid was groot nieuws. Als vakbondsman werd ik door de buitenwacht aangesproken op de aanwezigheid van Shell in Zuid-Afrika. Een turbulente tijd. Er waren blokkades voor de poort. In 1996 kon ik met een gouden handdruk weg. Daar heb ik dankbaar gebruik van gemaakt.” Sikking was intussen allang weer begonnen aan een nieuwe fase in zijn leven. In 1991 horen Arjan Sikking en Marianne van Berlo voor het eerst een Argentijnse tango, uitgevoerd door het Orquesta Típica van Osvaldo Pugliese. Hij leerde Marianne van Berlo kennen, een studente tekenen en schilderen aan de kunstacademie. Met haar ontdekte de Amsterdammer dus de geheimen van de tango die uiterst sensuele dans die voortkomt uit een mix van muziek van gaucho,s van het Zuid-Amerikaanse platteland, Europese immigranten en Afrikaans negerritme. Op hun eerste reis in 1991 komen Arjan en Marianne in contact met Pepito Avellaneda, de 'koning van de milonga', bij wie zij veel les nemen, tot hij in 1996 overlijdt.
Van hem leerden zij veel milonga en in 1994 ook hun eerste passen van de tango van de jaren 20: de canyengue. Voor Arjan Sikking was de ontdekking van de tango een ervaring alsof hij eindelijk thuis kwam. Hij zegt: “Alles viel ineens samen. Ik hou van muziek en beweging en ik heb altijd grote belangstelling gehad voor culturen. Ik kan er mijn creativiteit in kwijt en ik kan via de dans met m’n partner communiceren. De tango is mijn leven geworden.” Samen met Marianne nam Arjan les aan de Academia de Tango in Amsterdam waar zij het na drie jaar al zélf schopten tot docent. Het duo gaf met hart en ziel in Nederland jaarlijks les aan vele honderden enthousiaste leerlingen en verzorgden lezingen en demonstraties. Zij traden op met het Philips Symfonieorkest en Sexteto Canyengue van de bekende bandoneonist Carel Kraayenhof, de man die Máxima liet huilen op haar huwelijk. Sikking: “De bron voor ons is en blijft Buenos Aires. Ieder jaar laten we ons daar weer inspireren en nemen les bij de maestro,s. Goeie dansers daar zeggen dat Marianne en ik de tango te pakken hebben. Daar zijn we erg blij mee.” Het gesprek wordt af en toe onderbroken door de telefoon. Er melden zich nieuwe cursisten aan voor tangoles. Het Máxima-effect? Sikking ontkent dat: “De populariteit van de tango is veel meer gegroeid door het aantal vluchtelingen voor het bewind in Argentinië, de muziek van Piazzola en komst van tangoshows naar Europa. De tango was al ver voor het huwelijk van Máxima in opkomst.” Voor Arjan Sikking en Marianne van Berlo is er dus veel werk aan de winkel. Sikking: “Het dansen is een nachtleven en dus zwaar . Maar ik mag niet klagen. Ik heb veel gezien van de wereld en ik heb een partner die goed danst. Marianne is in Buenos Aires zelfs populair. Ik ben eigenlijk een ontzettende geluksvogel.”

 

Tangoschool van Arjan en Marianne  
home index   guestbook next...